Zeeburgerdijk - Historie 2

Kaart Jan Mol 1770 St.Anthonisdyck

Zie ook: opgravingen december 2002 en het eerste verhaal over de historie van de Zeeburgerdijk.

21 december 2002 hield ondergetekende op 'Het Midwinterfeest' voor buurtbewoners een presentatie over de opgravingen aan de Zeeburgerdijk. Bewoner en historicus Frans Thuijs dook vervolgens in de boeken en denkt dat de gevonden fundamenten (onderaan de dijk, tegenover 'De Herberg') juist wel eens van de 'oude' Herberg zouden kunnen zijn. Het door Frans Thuijs genoemde boek van Ton Heijdra heet Zeeburg, geschiedenis van de Indische Buurt en Oostelijk Havengebied. (daaruit zijn deels de illustraties ontleend).

Goos van der Sijde

Stadsarcheoloog Jerzy Gawronski omschrijft het complex als volgt (zijn voorlopige visie dd. 4 december 2002): "De fundamenten met gewelfbogen en zware muren behoren tot de grote stal die in 1769 was gebouwd en in 1938 is afgebroken. Het was de centrale plaats voor de opvang van vee dat Amsterdam inkwam. De locatie was in pacht door het Oude Zijds Huisdzittenhof, die dat recht in de 16e eeuw had verkregen. Onder het noordelijke deel van de fundamenten zijn restanten van een ouder complex gevonden: hier liggen vloeren van gele ijsselsteentjes die waarschijnlijk behoren tot de stallen die hier in 1675 zijn ingericht tegelijk met de herberg Zeeburg."
De geesten van het Midwinterfeest
door Frans Thuijs
De presentatie van Goos van der Sijde over de opgravingen, waarvoor overigens 'hulde', heeft de tongen nog eens losgemaakt. Is de ons bekende herberg, de herberg van oudsher? Stond die waar die nu staat, of toch op de plaats waar de opgravingen zijn gedaan? Wat stond er dan aan de noordzijde van de Dijk? Wat hebben de etsen van Rembrandt hiermee van doen? Het is maar een vluchtig zondagochtendonderzoekje aan de hand van twee bronnen: Jan Wagenaar "Amsterdam in zyne Opkomst, Aanwas, Geschiedenissen" 1760 en de "Nieuwe Kaar van de Wydberoemde koopstad Amsterdam" van Jan Mol 1770. Het leidt wel tot een paar antwoorden, maar ook tot nog meer vragen. Eerst de plaats van de oorspronkelijke herberg van omstreeks 1669. Ik twijfel eraan, of deze op de plaats heeft gestaan van het reduit Zeeburg, dat in 1648 is gebouwd en 20 jaar later weer is afgebroken. De enige gravure die we kennen, laat vrij duidelijk zien, dat het fort 'buitendijks' stond; de meest logische plaats ook voor een versterking.
We kunnen de dijk voor of rechts van het gebouw plaatsen. De torentjes van de kerkjes kunnen die van Durgerdam, Schellingwoude en Nieuwendam zijn. Dat is niet zeker want een bijschrift ontbreekt. Het kan zelfs goed zijn, dat het hele plaatje een fantasie is.

Nu is het vreemde, dat ook de huidige herberg 'buitendijks' staat en dat was allerminst een logische plaats voor een herberg. De tekening in Zeeburg van Ton Heijdra, pag. 12 suggereert dat overigens wel, maar is dit Zeeburg wel? Er is geen bronvermelding en als we het plaatje nader bekijken welk dorp zou het dorp rechts op de afbeelding moeten zijn? Heijdra dateert het plaatje 1723, maar dat klopt niet met de beschrijving van Wagenaar, die niets buitendijks situeert en het komt ook niet overeen met de kaart van Jan Mol. Het bouwsel lijkt ook in het geheel niet op de herberg zoals we die nu kennen, maar dat laatste zegt weinig want de herberg is in 1766 grotendeels vertimmerd.
Wagenaar schrijft, dat na de overstromingen en het ontstaan van het Nieuwe Diep er van het buurtschap Ypesloot, niets overbleef, dan slechts een klein stukje grond met één huis daarop: het Visschershuis of ook wel de herberg Zeeburg en dat is dan zonder enige twijfel, binnendijks, zoals ook Jan Mol ons in 1770 - dus na de verbouwing van 1766 - laat zien. Jan Mol benoemt alle bebouwing, inclusief de door Wagenaar genoemde sluis, behoudens dat ene huis op Ypesloot. Er kan nauwelijks misverstand bestaan over deze lokatie, want Jan Wagenaar beschrijft de hoek nauwkeurig en zegt niet dat OP de plaats van het fort, maar IN de plaats van het fort een herberg werd gesticht. Als dit klopt, dan lijkt het erop dat Jerzy Gawronski het mis heeft, in zoverre dat de onderste laag van de opgravingen, zijnde dan een boerenhof, niet GELIJK met de herberg is gebouwd (in 1675?), maar onderdeel zijn VAN de oorspronkelijke herberg. Er is trouwens ook niets op tegen om te veronderstellen, dat het hier een boerenhof/herberg betrof, zeker niet waar het complex eigendom was van het Oudezijds Huiszittenhuis.

Ik geef graag toe, het is vooralsnog een gewaagde veronderstelling, er moet nog wel wat meer onderzoek worden verricht, maar ik houd er op, dat de huidige herberg wel op de plaats staat van het oorspronkelijk fort, van veel latere datum en niet de herberg is waaraan oorspronkelijk is gerefereerd. Die moet dan zijn verdwenen en daarvan kunnen dan de restanten onder de resten, die we nu nog zien, (weer) zijn verdwenen. Zo gek is die veronderstelling niet, want als we het plaatje zien, dat Heijdra ook op pagina 12 produceert (weer zonder bronvermelding), dan is dat wel een 18e-eeuwse stijl, maar wel heel laat in de eeuw. Volgens de gedetailleerde kaart van Jan Mol (zie voor detail kaart boven, red.) kan dat kloppen. Kijk ook eens naar de kleding van het volk op de dijk? De hoeden van de mannen doet zelfs denken aan de tijd van de Empire, heel vroeg negentiende eeuws! De steek, dwars op het hoofd, zoals Napoleon die droeg. Ik vraag mij dus af, of het gat toch niet wat te vroeg is dichtgegooid; of het hier toch niet ging om de oorspronkelijke herberg die Jan Wagenaar beschreef en door Jan Mol in kaart gebracht.

Vervolgens het verhaal van Rembrandt. Het voorgaande plaatje is zeker niet van zijn hand en wel om twee redenen. De eerste is overduidelijk: dit is geen zeventiende-eeuwse stijl. De tweede is enigszins speculatief:

 

 

Rembrandt etste zoals hij de zaken zag, maar dat leverde bij de afdruk een spiegelbeeld op. Dat is duidelijk te zien in zijn ets van omstreeks 1640 die inderdaad ter hoogte van de Zeeburgerdijk moet zijn getekend. De molen in het midden is De Gooier, maar de verdere molens rechts, behoren links te staan. (Overigens vermeldt Heijdra hier bij, dat de tekening is gemaakt in de Rietlanden. Er is geen bron, die dat aangeeft.). In die gevallen waarbij Rembrandt wel het juist beeld moest laten zien, bijvoorbeeld als hij een tekst mee-etste, had hij grote moeite met het spiegelschrift, zoals uit de volgende afbeelding blijkt. Er staat in een houterig handsschrift links: 't is vinnich kout - Rembrand Ao 1634 en rechts Dats niet Rembran Ao 163.



Tenslotte dan nog een plaatje, waaruit zou kunnen blijken, dat de oorspronkelijke herberg op de plaats van de opgravingen een in de zeventiende eeuw gebruikelijke combinatie van boerenhof/herberg geweest zal kunnen zijn.